Transformatie van inspiratie

Wij zijn pas echt bevrijd wanneer we bevrijd zijn van het boeddhisme, wanneer we alle vlottenbouwerij achter ons hebben weten te laten.

Boeddhisme mag zich verheugen in veler belangstelling, maar ontpopt zich als zompig gedrocht wanneer het moet worden gereconfigureerd voor toepassing in een moderne, geseculariseerde wereld. De eigenlijke vraag is heel simpel: hoe komen we in vredesnaam van het boeddhisme af?

Temidden van alle doctrinaire rimram en marginaal samenscholen is er één waarheid tot het zien waarvan boeddhistische tunnelvisie bijna geen beoefenaar werkelijk in staat stelt: dat boeddha een door tijd en plaats bepaalde soortnaam is voor charismatisch, visionair zienerschap, dat zich niet laat beperken tot de tradities die volgelingen door de eeuwen heen telkens weer hebben geprobeerd erop te grondvesten.

Jezus zou bij zijn terugkeer op aarde niet weten wat hij meemaakte wanneer hij in een christelijke gemeente belandde en zijn gelovigen zouden niet in staat zijn hem te zien voor wie hij was. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de Boeddha.

Wie aan deze erkenning toe is, zal openstaan voor de verreikende gevolgen ervan. Wij zijn pas echt bevrijd wanneer we bevrijd zijn van het boeddhisme, wanneer we alle vlottenbouwerij achter ons hebben weten te laten. Pas dan zijn wij in staat om klein te beginnen en één voor één, anderen bij te staan in hun bevrijding.

Er is geen tijdloze dharma die ons als de ster van Betlehem de weg wijst naar het heil. In het verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor de toekomst; het tegendeel is eerder het geval. Het wiel moet steeds opnieuw worden uitgevonden, het zienerschap worden geherformuleerd in een doorbrekend inzicht dat actuele uitdagingen samenbundelt in een nieuw, groots perspectief.

Wie echt gegrepen wordt door de boeddha-dharma kan de zaak geen groter dienst bewijzen dan boeddhisme af te zweren en op de golven van onzekerheid het soortgenootschap te belichamen waarvan boeddha’s, wie zij ook zijn geweest, slechts één genus vormen. Boeddhisme, ten diepste verstaan, vraagt om een innoveren dat zichzelf weginnoveert, dat zijn bijziende blindheid aflegt ten faveure van een andere belichaming in een bevrijde bewogenheid voor wat hier en nu aan de orde is.

Wie neemt de handschoen van ‘service before self’ op en wordt de eenvoudige veerman die mensen het water overzet terwijl hij (of zij) met hen een dromerige dialoog voert waarin alles wat door de kieren van het leven wegvalt ineens oplicht in een nieuwe samenhang?

Het voorbijgaan aan het voorbijgaan wordt door Hermann Hesse zo treffend gekenschetst in zijn roman Siddhartha, met in de hoofdrol een spirituele zoeker die tijdens zijn omzwervingen de Boeddha ontmoet en hem niet volgt; in plaats van volgeling wordt hij, in een transformatie van de inspiratie, uiteindelijk de hiervóór beschreven veerman.

Boeddha’s, groot en klein, klein ís groot en vice versa: wie de handschoen past, neme hem op.

Namu Amida Butsu,

Taigu

Leestips: Hermann Hesse, Siddhartha (1922); Ton Lathouwers, Meer dan een mens kan doen (2011).

2 gedachten over “Transformatie van inspiratie”

  1. Dag Taigu, dank je voor de verwoording van mijn worsteling in de afgelopen jaren. Een die nog niet voorbij is. Meer en meer lees en ervaar ik de vele overgeleverde teksten en commentaren geplaatst en verstaan binnen de context van hun tijd. Dat maakt ze niet meer of minder waardevol maar zijn voor mij nog geen reden om ze doctrinair in te zetten. Dat beseffend bevind ik mij plotseling op een eigen vlot waarvan ik nog weinig begrip heb. Aan ontmoeting met soortgenoten kleeft altijd het gevaar houvast menen te vinden in het oppervlakkige gelijk lijkende dat leidt tot beeldenverering. Zonder vlot te zijn! Is er niet een mooier gezegde dan ‘Luctor et Emergo?

Reageren